Vanuit Europa is ten tijde van de Corona pandemie digitalisering hoog op de agenda gekomen. De afhankelijkheid van digitale infrastructuur en technologie werd in de tijd dat iedereen van de ene op de andere dag thuis werkte, in één klap duidelijk.
In september 2020 kondigde voorzitter Von der Leyen in haar “State of the Union” aan dat Europa zijn digitale soevereiniteit moet veiligstellen en als gevolg daarvan is in december 2022 het beleidsprogramma voor het digitale decennium tot 2030 vastgesteld. Er zijn in die periode vier doelen vastgesteld waar programma’s voor uitgewerkt moesten gaan worden:
1. Een digitaal vaardige bevolking en hooggekwalificeerde digitale professionals
2. Beveiligde, goed presterende en duurzame digitale infrastructuur
3. Digitale transformatie van bedrijven
4. Digitalisering van overheidsdiensten
Het tweede doel, de beveiligde, goed presterende en duurzame digitale infrastructuur is uitgewerkt in de Gigabit Infrastructure Act. Een verordening die er aan moet bijdragen dat alle Europese huishoudens toegang krijgen tot een gigabitnetwerk en alle bevolkte gebieden toegang moeten hebben tot draadloze hogesnelheidsnetwerken van de volgende generatie met prestaties die ten minste gelijkwaardig zijn aan die van 5G. Om dit te realiseren is er behoefte aan beleid om de uitrol van vaste en draadloze netwerken met zeer hoge capaciteit in de hele Unie te versnellen, te vergemakkelijken en goedkoper te maken.
De totale verordening telt ruim 60 pagina’s en levert naast veel open deuren interessante nieuwe inzichten. Logisch natuurlijk want met een verordening als deze, proberen we de wet- en regelgeving in alle Europese lidstaten te harmoniseren.
De verordening stelt nieuwe normen over de toegang tot bestaande fysieke infrastructuur (artikel 3) wat zoveel betekent als regels omtrent verplichte wholesale toegang zoals dit vroeger ook gereguleerd was in Nederland. Artikel 4 gaat over transparantie over de fysieke infrastructuur. Waar is welke infrastructuur aanwezig? Iets wat in Nederland grotendeels geregeld is in de WIBON (Wet
informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken). Termen al kadaster en KLIC komen al gauw naar boven wanneer hier over gesproken wordt. De verordening bepaalt dat er een centraal informatiepunt per lidstaat moet komen waar deze data eenvoudig te raadplegen is. Ook moet er meer samengewerkt bij civiele werken. Hier gaat artikel 5 over. In artikel 6 wordt dan weer gesteld dat er een centraal informatiepunt moet komen waar informatie over uit te voeren civiele werken beschikbaar is. Op deze manier kan er meer samengewerkt worden wat de kosten voor aanleg moet verlagen. Artikel 7 gaat over het landelijk uniformeren van vergunningsprocedures en doorgangsrechten voor de aanleg van netwerken met een zeer hoge capaciteit. Men moet eenvoudig vergunningen kunnen aanvragen en het moet duidelijk zijn hoe lang een vergunningstraject mag duren. In artikel 8 staat beschreven wat er moet gebeuren als er geen tijdig besluit op een vergunningsaanvraag komt en in artikel 9 staat het een en ander aan uitzonderingen benoemd. In artikel 10 wordt beschreven waar een bouwvergunning aan moet voldoen voor alle nieuwe gebouwen en gebouwen die drastisch gerenoveerd gaan worden. Hier komen we in het volgende hoofdstuk nog uitgebreid op terug. Ook artikel 11 gaat over de binnenhuisinfrastructuur, maar dan over billijke, redelijke en niet discriminatoire voorwaarden waaronder dit moet plaatsvinden. Artikel 12 gaat dan nog over het digitaal beschikbaar maken van de centrale informatiepunten en artikel 13, 14 en 15 over geschillenbeslechting en bevoegde instanties en sancties.
Zoals eerder benoemd gaat artikel 10 van de verordening over nieuwbouw en renovatie van hoogbouw. In artikel 10 staat dat vanaf 12 februari 2026 elke aanvraag voor een bouwvergunning voor nieuwbouw of ingrijpende renovatie van appartementencomplexen of meergezinswoningen getoetst moet worden aan nieuwe regelgeving. Daarbij geldt dat deze wooncomplexen moeten worden voorzien van binnenhuisinfrastructuur, binnenhuisglasvezelbekabeling, een netwerkaansluitpunt in elke woning en een centrale ruimte waar verbinding gemaakt kan worden met het openbare netwerk (in de verordening wordt gesproken van een toegangspunt).
Voorheen was dat niet zo. Er werden wel buizen aangelegd bij de bouw ten behoeve van datanetwerken, maar dan zaten bijvoorbeeld KPN en Ziggo tijdens het NUTS overleg aan tafel en eigenden zich dan die buizen toe. Soms zelf met een ‘gratis’ Recht van Opstal voor onbepaalde tijd. Als een complex uit 100 appartementen bestond, trokken ze 100 vezels vanaf hun dichtstbijzijnde wijkcentrale naar binnen en monteerden deze af in ieder appartement. Alle concurrentie die dan internet wil leveren aan een bewoner in dat complex, kon dit alleen maar doen door de kabel die vanaf de wijkcentrale naar het appartement liep, te huren van KPN. Daarbij waren ze dan zelf verantwoordelijk voor de verbinding van de wijkcentrale van KPN naar het datacenter waar vandaan zij de hun diensten leverden.
De nieuwe regels veranderen dit speelveld drastisch. De verplicht aan te leggen binnenhuisinfrastructuur, binnenhuisglasvezelbekabeling, het aansluitpunt en het toegangspunt worden tijdens de bouw gerealiseerd en kunnen op het moment dat de bouw is afgerond dan ook eigendom blijven van de eigenaar van het complex. Vergelijkbaar met bijvoorbeeld de belcentrale, de lift en de gangen naar de appartementen. En als we het hebben over de eigenaar van het complex, dan kunnen dat dus ook de woningcorporatie of de VvE zijn.
Elke telecom-aanbieder die diensten wil leveren kan dan zelf een vezel naar het appartementencomplex brengen, waarmee één of alle appartementen van diensten kunnen worden voorzien, naar gelang de bewoners dat wensen. De telecom-aanbieder hoeft hiervoor geen huur meer aan KPN te betalen. De eigenaar van het complex zal weinig of geen huur rekenen voor de inpandige glasvezel, omdat deze toch direct wordt omgeslagen in het abonnementsgeld van de bewoners. Het gevolg is dat de aansluiting voor de bewoners zo 25 euro per maand goedkoper kan worden.
De Europese Unie heeft meerdere rechtshandelingen tot haar beschikking. Zo kan zij adviezen geven, besluiten nemen, of verordeningen uitvaardigen. Adviezen zijn niet bindend en besluiten zijn bindend maar alleen voor degene tot wie ze gericht zijn. Alleen Europese verordeningen zijn van algemene toepassing, in al hun onderdelen verbindend en rechtstreeks toepasselijk in alle landen van de Europese Unie (EU). Bij een Europese verordening betekent dit dat deze direct bindend is met een directe werking. Ook al is de verordening nog niet volledig geïmplementeerd in de nationale wet- en regelgeving. Dus ook in Nederland.
wilt u meer lezen over de Nederlandse implementatie? Lees dan: GIA Nederlandse implementatie