Wat gebeurt er normaal als er een Europese verordening van kracht wordt. Eigenlijk niet veel anders dan bij andersoortige wetgeving. Het grootste verschil kan zijn dat een Europese Verordening soms deadlines stelt aan wanneer de Nationale wetgeving klaar moet zijn. Maar het proces zelf, is eigenlijk altijd hetzelfde en bestaat uit 5 fases.
Ondanks dat de Europese Verordening 2024/1309 Gigabit Infrastructure Act al op 29 april 2024 ondertekend is door zowel het Europees Parlement als de Raad, is de wetgeving op het moment dat ik dit schrijf in Nederland nog niet verder dan stap 2.
Dat betekent dat er een concept wettekst is geschreven en dat de markt om input is gevraagd. In dit geval is dit gegaan via internetconsultaties. Er zijn voor de implementatie van de GIA 2 internetconsultaties geweest:
De eerste gaat over de wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Vooral over artikel 10.
De tweede gaat over de wetswijziging van de Telecommunicatiewet.
Wij richten ons vooral op de eerste. Deze ligt nu bij de Raad van State (fase 2 dus). Toch is het interessant om te kijken naar wat er in fase 1 is gebeurd want daar is immers al een concept wettekst ingediend.
Ergens in een kamertje, waarschijnlijk in Den Haag, heeft iemand op basis van de Europese Verordening een aanzet gedaan tot het aanpassen van de Nederlandse wet- en regelgeving om deze aan te laten sluiten bij de verordening. Deze eerste aanzet zal daarna nog meerdere keren zijn aangepast en verbeterd, maar vanaf die eerste poging konden we zeggen: het begin is er.
Er valt echter wat op bij het lezen van de concept regeling van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening tot wijziging van de Omgevingsregeling in verband met de vaststelling van technische specificaties als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de gigabitinfrastructuurverordening.
Laten we eerst nog even kijken naar de essentie van artikel 10 van de verordening. In de basis is deze vrij eenvoudig. Elke nieuw te bouwen of te renoveren appartementencomplex moet worden voorzien van:
Volgens artikel 2.11 van de verordening is de definitie van het toegangspunt als volgt:
“toegangspunt”: een in of buiten het gebouw gelegen fysiek punt dat toegankelijk is voor ondernemingen die openbare elektronischecommunicatienetwerken aanbieden of gemachtigd zijn die aan te bieden, en waar het netwerk op de glasvezelklare fysieke binnenhuisinfrastructuur kan worden aangesloten;
Oftewel, een invoerpunt waar je als internetaanbieder een netwerkaansluiting naar binnen kunt brengen tot in een ruimte waar je de individuele appartementen kunt aansluiten (patchen) waar mensen wonen die diensten van je willen afnemen.
We kijken hiervoor ook even naar een aantal van de overwegingen van de verordening. In overweging 49 lezen we:
…Om ervoor te zorgen dat meer dan één onderneming eindgebruikers kan bedienen en zo de concurrentie te versterken, moeten toegangspunten van nieuwe meergezinswoningen en meergezinswoningen die het voorwerp uitmaken van ingrijpende renovatiewerken, gemakkelijk toegankelijk zijn voor meer dan één exploitant, zonder buitensporige inspanningen.
Hieruit blijkt duidelijk de intentie van de verordening. Meerdere aanbieders moeten toegang kunnen krijgen met het gevolg is dat er meer concurrentie is. Ook lezen we in overweging 53:
…Zodra het netwerk is aangesloten op het toegangspunt kunnen nieuwe klanten tegen aanzienlijk lagere kosten worden aangesloten, met name door toegang tot een glasvezelklaar verticaal segment in het gebouw, indien dat reeds bestaat. Die doelstelling wordt ook bereikt indien het gebouw zelf reeds is uitgerust met een gigabitnetwerk waartoe onder transparante, evenredige en niet-discriminerende voorwaarden toegang wordt verleend aan elke aanbieder van een openbaar communicatienetwerk met een actieve abonnee in het gebouw.
De intentie hier is ook duidelijk. Omdat niet elke aanbieder zelf de kabels naar elk appartement hoeft aan te leggen (verticaal segment), moet het mogelijk zijn om tegen aanzienlijk lagere kosten klanten aan te sluiten. Het is goed om ons af en toe te realiseren dat deze regels er voor alle lidstaten zijn. En in elke lidstaat is de situatie voorafgaand aan de implementatie anders. In Nederland was het altijd common practice dat bij nieuwbouw, tijdens het NUTS overleg 2 netwerkpartijen aanhaakten, vaak Ziggo en KPN. Tijdens de bouw van het nieuwe complex werden dan altijd al loze buizen aangelegd naar elk appartement (het verticale segment) die kosteloos ter beschikking werden gesteld aan deze partijen. Als in ons voorbeeld een andere dienstenaanbieder dan KPN of Ziggo diensten wil aanbieden, waren er 2 opties:
Bovenstaande maakt duidelijk dat de huidige werkwijze niet aansluit bij de verordening. Dat betekent dus dat de Nederlandse wet- en regelgeving inderdaad aanpassingen vereist om een nieuwe werkwijze af te dwingen.
Als we dan kijken naar de vertaling van artikel 10 in de Nederlandse regelgeving, lijkt een aantal intenties uit de overwegingen, niet meegenomen te zijn bij de aanpassing van de Omgevingsregeling. De aanpassingen lijken helemaal geen recht te doen aan de eis dat meer dan één onderneming eindgebruikers kan bedienen. Letterlijk staat de volgende tekst in de Memorie van Toelichting:
… Overigens staat de verordening er niet aan in de weg dat de aanleg van de inpandige glasvezelkabel en het netwerkaansluitpunt plaatsvindt door de aanbieder die voornemens is een elektronisch communicatienetwerk en/of -diensten te gaan aanbieden aan de bewoners van de appartementen.
Hier staat dus eigenlijk dat de KPN’s en Ziggo’s van deze wereld gewoon door kunnen op de oude manier. Technisch gezien, is dit standpunt te verdedigen, maar dan moeten wel de volgende zaken geregeld zijn:
Op dit moment lijken deze voorwaarden niet geborgd in de nieuwe Nederlandse wet- en regelgeving. Daarmee wordt mijn inziens dan ook niet voldaan aan de verordening. Het gevolg is dat in elk nieuwe appartementencomplex nog steeds een mini-monopoly bestaat. Ziggo zal niet verhuren, KPN alleen tegen landelijk geldende voorwaarden.
Een gemiste kans die tijdens de internetconsultatie al naar boven had kunnen komen. In dat geval had dit ook al in het wetsvoorstel gerepareerd kunnen worden.
Interessant is bijvoorbeeld de reactie van Kences d.d. 9 december 2025. Hieruit blijkt ook dat de wettekst conceptueel niet klopt. Kences schrijft:
Wanneer wij verplicht zouden worden de student de keuze te laten maken uit meer dan een aanbieder, dan zou de interne infrastructuur veel complexer en dus kwetsbaarder worden.
Hieruit blijkt dat Kences bang is verplicht te worden om meerdere partijen inpandig glasvezel te laten aansluiten, terwijl juist de situatie van studentenwoningen een heel mooi voorbeeld is, waar de nieuwe verordening goed kan werken. Wanneer Kences zorgt voor de binnenhuisglasvezelbekabeling in de studentencomplexen, is zij niet verplicht om andere partijen ook het verticaal segment aan te laten bieden, maar is zij slechts verplicht om voor andere partijen 1) een toegangspunt en 2) non-discriminatoire toegang tot de binnenhuisglasvezelbekabeling te realiseren.
Hier is nog wel wat te doen dus. Interessant of er nog wijzigingen volgen in de wet- en regelgeving voor deze geïmplementeerd worden, of dat het wachten wordt op de eerste bezwaarprocedure bij nieuwbouw.
wilt u meer lezen over de impact op stakeholders? Lees dan GIA Impact op stakeholders